Ja, wij zijn in de woestijn !

Sinds enkele weken zitten wij in een moeilijke situatie. Het virus dat onze landen heeft bereikt ontwricht ons leven. De maatregelen, die ons zijn opgelegd en verdere verspreiding moeten voorkomen, wegen zwaar en verlammen ons dagelijks leven. Terwijl wij de Vasten met goede moed zijn begonnen, in de hoop onze specifieke diensten met vreugde terug te vinden, wordt ons gevraagd niet naar buiten te gaan, niet naar onze kerken te gaan, die zelf ook aan strenge dwangmaatregelen onderhevig zijn, en we weten niet hoelang wij deze dwangmaatregelen moe-ten ondergaan.

Wij voelen ons tegenover deze stand van zaken verloren, zelfs door God verlaten. En toch moeten wij als christenen reageren, en de dynamiek van het geloof terug zien te vinden.

De Vastentijd is door onze Vaderen vaak beschouwd als een periode in de woestijn. In de woestijn worden wij geconfronteerd met onszelf, komen wij tegenover onszelf te staan, en als wij willen, tegenover God ! Misschien zouden wij van deze situatie kunnen profiteren door er enkele niet onbelangrijke geestelijke voordelen uit te trekken...

Ja, wij zijn in de woestijn. Als wij de bijbel opnieuw lezen vinden wij een eerst be-moedigend voorbeeld : Abraham. “Verlaat uw land voor het land dat Ik u tonen zal”, en Abra-ham gaat de woestijn in zonder te weten waar hij heengaat. Later zal Mozes het volk van God onder zeer vergelijkbare omstandigheden leiden gedurende de lange periode van de uittocht. Gedurende al die momenten heeft God Zijn volk nooit verlaten, Hij heeft het geleid, bemoedigd, een enkele keer terechtgewezen, maar nooit verlaten ! Laat ons niet verleid worden door moede-loosheid : “God is met ons, wie zal tegen ons zijn”... Heel psalm 118 (117) getuigt van deze zekerheid : “Belijd de Heer, want Hij is goed, in eeuwigheid duurt Zijn erbarmen”. God behoedt ons, God is onze behoeder : “Ik hef mijn ogen op naar de bergen : vanwaar zal mijn hulp komen ? Mijn hulp is van de Heer, Die hemel en aarde gemaakt heeft...”

Ja, wij zijn in de woestijn. Dit is een gunstig moment om tot God te naderen, om zich door God te laten zien in de staat waarin wij verkeren, wellicht als armen, zondaars, van het no-dige verstokenen, zwakken... Maar als wij de moed hebben ons over te geven in de handen van de Heer, zullen we getroost worden, zoals de verloren zoon, die in zijn ellende, in zijn eigen woestijn, ontvangen wordt door de Vader, Die hem met zijn liefdevolle armen omgeeft !

Ja, wij zijn in de woestijn. En Jezus heeft Zelf deze ervaring beleefd : net al wij werd hij beproefd door de demon, die Hem oplossingen voorstelde ter compensatie, tegen de honger, tegen de eenzaamheid (die wij wellicht vandaag de dag ook kennen), tegen de macht... Maar de Heer heeft vertrouwen gesteld in Zijn Vader, en satan verworpen.

Ja, wij zijn in de woestijn. En wij kunnen het Lichaam en Bloed van Christus niet ont-vangen, zoals wij wensen. Deze situatie stelt ons op de proef, maar de kluizenaars uit de eerste eeuwen, en ook die in deze tijd, ontvingen en ontvangen de Communie slechts heel zelden. Ze-ker, dat zijn uitzonderlijke gevallen, maar wij zitten eveneens in een uitzonderlijke toestand. Overigens worden op bepaalde plaatsen, met name in kloosters, de diensten voortgezet, en ook de Liturgie, en wij, monniken, die ter communie kunnen gaan, maken u deelgenoot van deze Communie, opdat u daarvan door Gods genade voordeel zou hebben. Dat is onze verantwoor-delijkheid ! De Communie ontvangen is in communie zijn met allen ! In deze tijd kunnen wij ook diep de eenzaamheid voelen : als die zich niet in een isolement omzet, hoeven wij ons niet onge-rust te maken : “men is nooit minder alleen dan wanneer men alleen is !” (Guillaume de Saint Thierry)

Ja, wij zijn in de woestijn. Op die plaats waar God gesproken heeft tot de profeet Ho-sea : “Ik zal haar lokken, en haar leiden in de woestijn, en spreken tot haar hart” (Hos. 2:13), is deze zin wellicht ook tot onze ziel gericht in deze dagen der beproeving... Want, ja, wij zijn in de beproeving, wij zijn gedwongen de staatsoverheid te gehoorzamen : het is vernederend voor ons, die graag met onze eigen krachten en volgens onze geldige principes vooruitgang willen boeken in het geestelijk leven. De droefenis vernedert ons, en dan zegt de H. Ioann van Valamo “in de droefenis leren we nederigheid, en begrijpen we dat onze pogingen, zonder Gods hulp, nergens op uitlopen... ... alleen aan nederigen schenkt God Zijn genade. En zonder vernederen-de gebeurtenissen is het niet mogelijk nederig te worden !”

Ja, wij zijn in de woestijn. Maar er is een plaats waar we nooit alleen zijn : dat is ons hart ! Juist daar is de ontmoeting met God altijd mogelijk, daar kunnen we in gemeenschap zijn met God. Juist daar bevindt Hij Zich en zegt Hij ons zonder ophouden : Ik wacht op je ! Laten we dus niet aarzelen naar die ontmoeting toe te gaan : Hij zal ons troosten over onze beproevingen. Hij zal ons kracht en genade geven om “de goede strijd te strijden”. Hij zal ons niet als verweesd laten staan ! Het is Christus Die ons dit gezegd heeft... Ja, wij zijn in de woestijn. Maar laat die een plaats van Vrede, van innerlijke vreugde worden, een plaats van gebed voor de hele wereld die lijdt. Laten wij “de arme zijn die geroepen heeft, en die de Heer verhoord heeft” in naam van al onze broeders, alle mensen ! Laten wij in ons hart onze broeders en zusters bewaren die lijden door de situatie die door deze epidemie ontstaan is, diegenen die in angst zitten door deze ziekte, deze nood, deze ellende, dit lijden. La-ten wij bidden voor diegenen die ons met aandacht verzorgen, die de beste oplossingen zoeken, opdat wij gespaard worden van alle droefenis. Ons gebed moet Gods barmhartigheid aantrek-ken, die een verzachtende balsem zal zijn voor onze pijnlijke wonden !

“De goddelijke Geest leert ons, zelfs in de woestijn, voor de mensen en voor de ge-hele wereld te bidden” (H. Silouan)

Ja, wij zijn in de woestijn, maar de woestijn zal weer bloeien !

+ Archimandriet Symeon Hegoumen van het Klooster van de H. Silouan

Retour haut de page
SPIP